ECLI:NL:RBDHA:2023:8171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende schadevergoeding kinderopvangtoeslag wegens formele rechtskracht en onvoldoende causaal verband
Eiseres heeft een verzoek tot aanvullende schadevergoeding ingediend na ontvangst van een hardheidscompensatie voor de jaren 2006 tot en met 2010 wegens problemen met de kinderopvangtoeslag. De Commissie Werkelijke Schade (CWS) adviseerde geen aanvullende vergoeding toe te kennen omdat de materiële en immateriële schade reeds gecompenseerd was en het causaal verband met de handelwijze van verweerder onvoldoende was aangetoond.
Verweerder volgde dit advies en wees het verzoek af. Eiseres stelde dat het stopzetten en terugvorderen van de kinderopvangtoeslag onrechtmatig was en dat haar arbeidsongeschiktheid en vermogensschade verband hielden met het handelen van verweerder. De rechtbank oordeelde dat de vaststellings- en terugvorderingsbeschikkingen formeel rechtskracht hebben en niet meer aan de bestuursrechter kunnen worden voorgelegd.
De rechtbank kan geen oordeel geven over het onrechtmatig handelen van verweerder in deze bestuursrechtelijke procedure. De rechtbank concludeert dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een causaal verband bestaat tussen het handelen van verweerder en haar inkomens- en vermogensschade. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen aanvullende schadevergoeding of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en er wordt geen aanvullende schadevergoeding toegekend.