Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
ProcesverloopBij besluit van 27 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
[naam videowinkel]met zijn broer waar met name romantische films (
Bollywoodfilms) werden verkocht en verhuurd. Ze hebben ook cd’s geleverd aan een legerbasis van [naam legerbasis]. [1] Na het overlijden van zijn broer heeft eiser zijn functie overgenomen en de werkzaamheden in de winkel voortgezet. Eiser is vervolgens bedreigd middels telefoontjes en sms door [naam partij]. Ook stelt eiser dat hij in Somalië werd gediscrimineerd, uitgescholden en tweemaal fysiek is aangevallen vanwege zijn etniciteit.
most extreme case of general violence’. [6] Eiser meent verder dat zijn individuele omstandigheden, met name de discriminatie die hij ervaart wegens zijn etniciteit, meegewogen moeten worden bij de beoordeling of sprake is van een 15c-situatie. Hij verwijst daarbij ook naar de gestelde prejudiciële vragen van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, over de ‘communicerende vaten’. [7]
Toro Toro, omdat hij in een winkel werkte die negatief bekend stond bij [naam partij]. Vervolgens bleef hij nog een tijd probleemloos werken in diezelfde winkel. De stelling van eiser dat hij van telefoonnummer is gewisseld doet daar niet aan af. De locatie van de winkel, en daarmee de plek waar eiser dagelijks te vinden is door [naam partij], was immers onveranderd.
bollywoodfilmsworden verkocht, in de negatieve aandacht van [naam partij] staat. De rechtbank is van oordeel dat deze uitspraak geen ander licht werpt op wat hiervoor is overwogen. In die zaak had verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom de gestelde moord op de broer van de vreemdeling door [naam partij] ongeloofwaardig was en speelde de vraag of een kleine winkel aan huis gold als winkel waarvan [naam partij] belasting heft. Nu de situatie in de zaak van eiser evident anders is dan de onderhavige zaak, kan een beroep op de Afdelingsuitspraak niet slagen.
Beslissing
www.rechtspraak.nl.