Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
C. Shaljan. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
U hebt verklaard uit Oekraïne te zijn vertrokken op 23-10-2020. U hebt verklaard in China gewoond en gewerkt te hebben van 23-10-2020 tot 08-11-2022. U hebt verklaard sindsdien niet meer naar Oekraïne te zijn gegaan. Dit is voor de peildatum. U bent niet ontheemd geraakt door het conflict. U valt niet onder de richtlijn.”. Verweerder plaatst daarom bij verzoeker geen verblijfssticker in zijn paspoort of verstrekt geen O-document [4] als bewijs van verblijf.
Beslissing
Bijlage
1) Als vreemdelingen, bedoeld in artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit, zijn aangewezen vreemdelingen die:
de Oekraïense nationaliteit hebben en die na 26 november 2021 Oekraïne zijn ontvlucht of die in de periode van 27 november 2021 tot en met 23 februari 2022 naar het grondgebied van de Europese Unie zijn gereisd;
de Oekraïense nationaliteit hebben en die kunnen aantonen dat zij in de periode vóór 27 november 2021 feitelijk al in Nederland verbleven; of
beschikken over een op 23 februari 2022 geldige Oekraïense permanente verblijfsvergunning en ten aanzien van wie:
De lidstaten passen de regeling inzake tijdelijke bescherming toe met inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en hun verplichtingen inzake het verbod tot uitzetting of teruggeleiding.”
Dit besluit eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die worden erkend door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.”