Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“heeft een verblijfsvergunning voor Turkije, verbleef in Turkije al ruim voor 27 november 2021 en is op 18 juli 2022 vanuit Turkije naar Nederland gekomen”. Verweerder plaats daarom geen verblijfssticker in het paspoort of verstrekt geen Odocument. In het besluit is verder vermeld dat zonder deze sticker geen aanspraak meer gemaakt kan worden op de rechten die zijn verbonden aan de status als tijdelijk beschermde. Ook heeft verweerder aangegeven dat de gemeente zal worden bericht dat verzoekster niet als tijdelijk beschermde wordt aangemerkt, waarbij de gemeente haar nader zal informeren over de consequenties daarvan voor het recht op opvang en voorzieningen. Tot slot heeft verweerder medegedeeld dat indien verzoekster asiel wil aanvragen de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) die aanvraag in behandeling zal nemen en dat zij gedurende de behandeling van die aanvraag ook recht op opvang heeft bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) en dat als zij besluit om geen asielaanvraag in te dienen, verzoekster Nederland in beginsel moet verlaten en dan ook geen opvang en voorzieningen ontvangt.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, in die zin dat verzoekster tot vier weken na de te nemen beslissing op het bezwaar dient te worden behandeld als ware zij in het bezit van een sticker in zijn identiteitsdocument dan wel een Ontheemdendocument (Odocument);
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,– aan verzoekster terug te betalen
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.674,00.