Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 juni 2023 in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
énde veroordeelde een gevaar vormt voor de samenleving. Verzoeker leidt uit de proceshouding van verweerder af dat verweerder verzoeker hem kennelijk niet ziet als gevaar voor de Nederlandse samenleving, zodat reeds nu vaststaat dat niet wordt voldaan aan de weigeringsgrond. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter “door te pakken”, dan wel een inhoudelijk standpunt in te nemen om aan verweerder mee te geven bij de beoordeling van het bezwaarschrift.
voorafgaandaan het nemen van een dergelijk verstrekkend besluit waarbij verzoeker, die de Oekraïense nationaliteit heeft en in beginsel voldoet aan de voorwaarden om onder de richtlijn te vallen, wordt uitgesloten van alle rechten en aanspraken die hij ontleent aan de RTB.
énte worden verschenen bij de rechter.
1. De lidstaten kunnen een persoon tijdelijke bescherming weigeren indien:
a) er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat:
(…)
2. Deze redenen voor uitsluiting zoals bedoeld in artikel 1 mogen Pro uitsluitend gegrond zijn op het persoonlijke gedrag van de betrokkene. De beslissingen of maatregelen inzake uitsluiting dienen op het evenredigheidsbeginsel gegrond te zijn.
2 In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister bepalen dat uitzetting niet achterwege blijft, indien:
(…)
(…)
4. Een besluit op grond van het tweede lid, onder e tot en met g, wordt met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel gebaseerd op het persoonlijke gedrag van de vreemdeling.
niet kan herstellenbij de beslissing op bezwaar, maar ook een dergelijke beslissing kan de voorzieningenrechter thans niet nemen. Verweerder heeft aangegeven een strafmaatvergelijking op te starten. Verweerder heeft inmiddels ook kennis kunnen nemen van de door verzoeker overgelegde communicatie met de Hongaarse advocaat van verzoeker en van het betreffende strafvonnis. Ongeacht de uitkomst van de strafmaatvergelijking zal verweerder moeten toetsen aan het (Unierechtelijke) evenredigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter geeft verweerder mee deze toets allereerst en dus alvorens het verrichten van de strafmaatvergelijking, na te gaan of hij, gelet op de door verzoeker aangedragen persoonlijke feiten en omstandigheden, de doelstellingen van de RTB, het actuele landenbeleid met betrekking tot Oekraïne en meer in het bijzonder het vertrekmoratorium en de stellingname dat de wijze van besluitvorming in “Oekraïne-zaken” is ingegeven door schaarse menskracht aan de zijde van verweerder, te verrichten. Verweerder moet zich de vraag stellen of het aan verzoeker weigeren van bescherming en andere aanspraken op grond van de RTB evenredig is. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat indien verweerder deze beoordeling eerst verricht op grond van het thans beschikbare dossier, nader onderzoek niet langer nodig is.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- treft de voorlopige voorziening dat verzoeker met onmiddellijke ingang en tot vier weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar in aanmerking wordt gebracht voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG en schorst (in zoverre) het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van 837,00.