ECLI:NL:RBDHA:2023:8293

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
NL23.12035
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit

Verzoekster, van Chinese nationaliteit, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot uitzetting. Tegelijkertijd heeft zij een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend om de uitzetting op te schorten totdat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter heeft het hoofdberoep (zaaknummer NL23.12034) beoordeeld en dit ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak ziet de rechtbank geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen, omdat de spoedeisendheid en belangenafweging dit niet rechtvaardigen.

Daarom is het verzoek om de voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.12035

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum] ,
van Chinese nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen)
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.P. Gaal-de Groot).

Procesverloop

Bij beroepschrift van 20 april 2023 heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van verweerder van diezelfde dag. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL23.12034.
Bij verzoekschrift van 20 april 2023 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
Bij uitspraak van heden is het connexe beroep ongegrond verklaard.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Aangezien het beroep met zaaknummer NL23.12034 bij uitspraak van heden ongegrond is verklaard, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
3. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.