ECLI:NL:RBDHA:2023:8397
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Georgië wegens kennelijke ongegrondheid
Eiser, van Georgische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege armoede, onderontwikkeling van Georgië en persoonlijke omstandigheden niet in zijn land kan leven. Hij wilde ook bij zijn dochter in Frankrijk zijn en had medische problemen die mogelijk zijn verklaringen beïnvloedden.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser eerder langdurig in de EU verbleef zonder asiel aan te vragen en zijn latere aanvragen niet afwachtte. Georgië is een veilig land van herkomst en eiser maakte niet aannemelijk dat dit voor hem anders is. Medische problematiek werd niet onderbouwd met stukken.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser geen raakvlakken hebben met het Vluchtelingenverdrag of het EVRM en dat verweerder bevoegd was een vertrektermijn te onthouden. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.