ECLI:NL:RBDHA:2023:844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting naar Marokko
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 28 november 2022 door verweerder is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko omdat de aanvraag voor een laissez-passer niet zou zijn ingediend of niet compleet is.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel van bewaring reeds eerder rechtmatig is bevonden in een uitspraak van 15 december 2022. De beoordeling richt zich daarom op de rechtmatigheid sinds het sluiten van dat onderzoek. Verweerder heeft op 1 december 2022 een lp-aanvraag ingediend en de Marokkaanse identiteitskaart van eiser meegestuurd, wat bevestigd is in een voortgangsrapport en ter zitting. Daarnaast zijn meerdere rappels aan de Marokkaanse autoriteiten gestuurd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat het uitblijven van reactie van de Marokkaanse autoriteiten niet aan verweerder te wijten is. Er is daarom wel degelijk zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.