ECLI:NL:RBDHA:2023:848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Litouwen
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende op 23 juni 2022 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 30 augustus 2021 al een asielaanvraag in Litouwen had ingediend. Verweerder verzocht Litouwen om terugname, wat stilzwijgend werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon gelden vanwege systematische tekortkomingen in Litouwen, waaronder detentie zonder rechtsbijstand. Hij verwees naar een Duitse uitspraak en stelde dat zijn belangen in Nederland waren geschaad door onduidelijkheid over rechtsbijstand. Tevens stelde hij dat er een afhankelijkheidsrelatie met zijn vader bestond, waardoor de aanvraag aan Nederland had moeten worden toegekend.
De rechtbank oordeelde dat Litouwen verantwoordelijk is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet geldt. De Duitse uitspraak was slechts een voorlopig oordeel en niet bindend. De persoonlijke ervaringen van eiser en het ontbreken van medische onderbouwing maakten geen verschil. De afhankelijkheidsrelatie was niet aangetoond. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.