ECLI:NL:RBDHA:2023:85
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitsluiting bestuurlijke dwangsom bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 november 2021. Verweerder besloot uiteindelijk op 20 juli 2022 de aanvraag toe te wijzen en verleende een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht. Eiser handhaafde zijn beroep omdat in het besluit geen dwangsom werd vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk is komen te vervallen door de toekenning van de vergunning, waardoor het procesbelang ontbreekt. Daarnaast kan op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND geen beroep worden gedaan op bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen.
Hoewel eiser verwees naar een eerdere uitspraak waarin deze uitsluiting in strijd werd geacht met het Unierecht, oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de regeling verenigbaar is met het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel van het Unierecht. Hierdoor ontbreekt ook het procesbelang voor het beroep tegen het ontbreken van een dwangsom.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen.