ECLI:NL:RBDHA:2023:8504
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende bewijs familiebezoek en vestigingsgevaar
Eiseres, een Turkse studente, verzocht om een visum voor kort verblijf in Nederland om haar nicht te bezoeken, die vanwege medische omstandigheden niet naar Turkije kan reizen. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende objectief bewijs leverde van de familierelatie en het reisdoel, en twijfelde aan haar voornemen om tijdig terug te keren naar Turkije.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat haar nicht ernstig ziek is, noch dat zij een visum voor meerdere binnenkomsten nodig had. Ook toonde eiseres onvoldoende sociale en economische binding met Turkije aan, waardoor de minister terecht twijfelde aan haar terugkeer. Eiseres had geen recente medische stukken overgelegd en ging niet specifiek in op de bezwaren van de minister.
Daarnaast stelde eiseres dat zij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar, maar de rechtbank vond dat de minister redelijk kon besluiten geen hoorzitting te houden omdat de bezwaren geen ander besluit konden rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van het visum. Eiseres werd vrijgesteld van griffierecht vanwege betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.