ECLI:NL:RBDHA:2023:8527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aanleiding voor hogere aanvullende immateriële schadevergoeding bij kinderopvangtoeslagcompensatie
Eiseres heeft in de jaren 2013-2015 kinderopvangtoeslag ontvangen en later een deel moeten terugbetalen. Na een integrale beoordeling ontving zij een compensatie wegens individueel vooringenomen handelen van de Belastingdienst/Toeslagen. Eiseres vorderde een aanvullende schadevergoeding via de Commissie Werkelijke Schade (CWS), die een bedrag van €40.000 aan immateriële schade adviseerde.
De Belastingdienst nam dit advies over, maar eiseres vond dit bedrag te laag en stelde beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat de CWS zorgvuldig te werk is gegaan, het advies goed is gemotiveerd en aansluit bij het civiele schadevergoedingsrecht en de normbedragen binnen de hersteloperatie toeslagen.
Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar immateriële schade hoger is dan het toegekende bedrag. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de vergoeding van €40.000 ruimhartig is toegekend gezien de omstandigheden en het beoordelingskader van de CWS.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de hoogte van de aanvullende immateriële schadevergoeding wordt ongegrond verklaard en het bedrag van €40.000 wordt bevestigd.