ECLI:NL:RBDHA:2023:8559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen korting WAO-uitkering wegens uitbetaling vakantiedagen na dienstbeëindiging
Eiseres ontving sinds 2004 een WAO-uitkering en bleef daarna in dienst bij haar werkgever, waarbij haar inkomsten werden verrekend met de uitkering. Na beëindiging van haar dienstverband in 2021 werden haar resterende vakantiedagen uitbetaald. Verweerder kortte daarop haar WAO-uitkering omdat de uitbetaling van vakantiedagen als inkomen uit arbeid wordt beschouwd.
Eiseres stelde dat deze korting onrechtvaardig is omdat zij na toekenning van de WAO-uitkering is blijven werken en pas bij beëindiging vakantiedagen zijn uitbetaald. Zij voerde ook een schending van het gelijkheidsbeginsel aan, verwijzend naar een gunstiger beleid voor WW- en WIA-uitkeringsgerechtigden.
De rechtbank oordeelde dat de uitbetaling van vakantiedagen in 2021 niet ziet op vakantiedagen opgebouwd vóór de toekenning van de WAO-uitkering. Omdat het dienstverband na toekenning voortduurde, kon zij deze vakantiedagen opnemen. De rechtbank vond geen aanwijzing voor onrechtvaardigheid of schending van het gelijkheidsbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op de WAO-uitkering wegens uitbetaling van vakantiedagen na beëindiging van het dienstverband wordt ongegrond verklaard.