ECLI:NL:RBDHA:2023:8573

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juni 2023
Publicatiedatum
14 juni 2023
Zaaknummer
AWB 22/7153
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens onjuiste adressering formulier betalingsonmacht in bestuursrechtelijke zaak

De rechtbank Den Haag behandelde het verzet tegen een eerdere uitspraak waarin het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van griffierecht. Opposant had een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar had geen bewijs geleverd. De griffier had meerdere brieven gestuurd om onderbouwing te vragen, waarop geen reactie kwam. Daarom werd het beroep afgewezen.

In het verzetschrift stelde opposant dat het formulier voor betalingsonmacht wel was opgestuurd, maar naar een mailbox van een andere rechtbank, waardoor het niet bij de juiste rechtbank terechtkwam. De rechtbank oordeelde dat deze onderbouwing waarschijnlijk aan bod zou zijn gekomen bij een zitting en dat het kennelijk oordeel daarom niet gerechtvaardigd was.

De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en hervatte het onderzoek in de stand van vóór die uitspraak. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze beslissing op het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt vernietigd, waarna het onderzoek wordt hervat.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/7153 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[naam opposant], opposant

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F. Boone).

Procesverloop

Bij uitspraak van 30 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4783, heeft de rechtbank het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Awb biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank of zij terecht tot een kennelijk oordeel is gekomen. Als er in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een normale behandeling ook hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst.
2. Het oordeel van de rechtbank is gebaseerd op het gegeven dat opposant geen griffierecht heeft betaald, terwijl dit wel verschuldigd was. Opposant heeft weliswaar met een beroep op betalingsonmacht gevraagd om te worden vrijgesteld van het betalen van griffierecht, maar hij heeft geen gegevens overgelegd om de betalingsonmacht aan te tonen. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de griffier op 28 november 2022 en 30 december 2022 brieven heeft verstuurd waarin aan opposant is gevraagd de betalingsonmacht te onderbouwen. Omdat opposant niet heeft gereageerd is het beroep op betalingsonmacht op 16 januari 2023 afgewezen. De griffier heeft toen bij aangetekend verzonden brief van 16 februari 2023 opposant gemaand het verschuldigde griffierecht te voldoen. Ook op deze brief heeft opposant niet gereageerd. De rechtbank heeft op grond van deze informatie opposant niet uitgenodigd voor een zitting en het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
3. In het verzetschrift, ingediend op 10 mei 2023, voert opposant aan dat het formulier ter onderbouwing van de betalingsonmacht wel degelijk is opgestuurd aan de rechtbank. Als bijlage is een kopie van een e-mail van 9 december 2022 overgelegd, met als bijlage het ingevulde en ondertekende formulier. De e-mail is kennelijk verzonden aan een mailbox van de rechtbank Midden-Nederland en niet doorgezonden aan de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waar de zaak diende.
4. De rechtbank overweegt dat de genoemde e-mail en de onderbouwing van het beroep op betalingsonmacht waarschijnlijk aan bod zou zijn gekomen, mocht er toch een zitting zijn gepland. Onder deze omstandigheden had de rechtbank niet tot een kennelijk oordeel kunnen komen, aangezien het beroep op betalingsonmacht naar het zich laat aanzien aan de vereisten voldoet.
5. Het verzet is dus gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 30 maart 2023 vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin zich dat bevond voordat de aangevallen uitspraak werd gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr.S.S. van der Velde, griffier, op de hier onder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak staat voor zover daarbij is beslist op het verzet geen hoger beroep of verzet open.