ECLI:NL:RBDHA:2023:4783

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 maart 2023
Publicatiedatum
5 april 2023
Zaaknummer
AWB 22/153
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betaling griffierecht ondanks verzoeken

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hoewel het bezwaarschrift gegrond werd verklaard, werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De rechtbank beoordeelde het beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting.

Volgens artikel 8:41 Awb Pro moet griffierecht worden betaald bij het instellen van beroep. Eiser verzocht om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht, maar reageerde niet op verzoeken om bewijs hiervan te leveren. De rechtbank wees het verzoek om betalingsonmacht af. Vervolgens kreeg eiser een laatste termijn om het griffierecht alsnog te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard.

Eiser betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn en gaf geen reden voor het verzuim. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/7153

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Karkache),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 22 november 2022 beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 17 november 2022 waarbij het bezwaarschrift gegrond is verklaard, maar geen proceskosten zijn vergoed.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Iemand die beroep instelt moet op grond van artikel 8:41 van Pro de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze bedraagt het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, aanhef en onder b, van de Awb € 184. De griffier van de rechtbank stelt op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2. Eiser heeft bij de indiening van zijn beroepschrift verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Bij brieven van 28 november 2022 en 30 december 2022 heeft de griffier eiser verzocht om gegevens over te leggen waaruit de betalingsonmacht blijkt. Eiser heeft op deze verzoeken niet gereageerd. Bij brief van 16 januari 2023 heeft de rechtbank daarom het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
3. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 16 februari 2023 eiser opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na de dagtekening van die brief en daarbij vermeld dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig wordt overgemaakt, hij het risico loopt dat zijn beroepschrift niet ontvankelijk wordt verklaard.
4. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort.
4. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, op 23 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.