ECLI:NL:RBDHA:2023:4783
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betaling griffierecht ondanks verzoeken
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hoewel het bezwaarschrift gegrond werd verklaard, werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De rechtbank beoordeelde het beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting.
Volgens artikel 8:41 Awb Pro moet griffierecht worden betaald bij het instellen van beroep. Eiser verzocht om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht, maar reageerde niet op verzoeken om bewijs hiervan te leveren. De rechtbank wees het verzoek om betalingsonmacht af. Vervolgens kreeg eiser een laatste termijn om het griffierecht alsnog te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard.
Eiser betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn en gaf geen reden voor het verzuim. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.