ECLI:NL:RBDHA:2023:8574
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Liberiaanse aanvrager wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Liberiaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland, stellende dat hij vanwege zijn weigering lid te worden van de United Brotherhood Fellowship (UBF) en de activiteiten van zijn overleden vader binnen deze organisatie, gevaar loopt in Liberia.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de kern van het asielrelaas, met name de verklaringen over de UBF en de bedreigingen door medeburgers. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete informatie kon geven over de UBF, de rol van zijn vader en de aard van de bedreigingen.
Daarnaast werd het medisch onderzoek en het daaropvolgende gehoor beoordeeld. Hoewel het gehoor plaatsvond vóór het medisch advies, achtte de rechtbank de procedure niet onzorgvuldig omdat het advies geen wezenlijke beperkingen voor het gehoor inhield en er tijdens het gehoor rekening werd gehouden met de klachten van eiser.
De rechtbank verwierp ook het beroep op een niet gepubliceerde uitspraak en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was of dat communicatieproblemen met de tolk tot onoverkomelijke problemen hadden geleid.
Gelet op het gebrek aan geloofwaardige en concrete onderbouwing van het asielrelaas en de juiste procedurele behandeling, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de Liberiaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens een ongeloofwaardig asielrelaas.