ECLI:NL:RVS:2023:2839
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 11 oktober 2022 werd afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 24 mei 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die een vernietiging van de uitspraak van de rechtbank rechtvaardigen, mede omdat er geen vragen waren die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de staatssecretaris niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter E. Steendijk op 24 juli 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.