ECLI:NL:RBDHA:2023:86
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 10 november 2021. Verweerder besloot op 22 augustus 2022 alsnog en verleende een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee zijn doel had bereikt, waardoor het procesbelang ontbrak.
Eiser voerde aan dat verweerder ten onrechte geen bestuurlijke dwangsom had vastgesteld. De rechtbank stelde vast dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uitsluit dat bestuursdwangsommen worden toegepast op asielaanvragen, waardoor verweerder geen dwangsommen kan verbeuren. Eiser verwees naar eerdere jurisprudentie die deze uitsluiting in strijd achtte met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had echter geoordeeld dat er geen vergelijkbare nationaalrechtelijke procedures bestaan en dat de uitsluiting niet in strijd is met het gelijkwaardigheidsbeginsel noch het doeltreffendheidsbeginsel, mede omdat rechterlijke dwangsommen nog mogelijk zijn.
De rechtbank concludeerde dat eiser met zijn beroep niet kan bereiken wat hij wil en ontbrak daardoor het procesbelang. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.