ECLI:NL:RBDHA:2023:861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inzageverzoek persoonsgegevens ter bescherming nationale veiligheid
Eiser heeft verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens, maar dit verzoek is door verweerder, de Korpschef van Politie, afgewezen op grond van bescherming van de nationale veiligheid. Eiser stelde dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd, in strijd was met de onschuldpresumptie en dat er onvoldoende belangenafweging had plaatsgevonden.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en is van oordeel dat verweerder terecht de nationale veiligheid als grondslag voor de afwijzing heeft aangevoerd. Met toestemming van eiser heeft de rechtbank vertrouwelijke documenten ingezien die de noodzakelijkheid en evenredigheid van de maatregel onderbouwen. Tevens is geoordeeld dat de afwijzing niet in strijd is met de onschuldpresumptie, omdat deze geen twijfel zaait over de vrijspraak in de strafrechtelijke procedure.
Verder is vastgesteld dat artikel 27, eerste lid, van de Wet politiegegevens (Wpg) geen ruimte laat voor belangenafweging bij bescherming van de nationale veiligheid. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het inzageverzoek in persoonsgegevens ter bescherming van de nationale veiligheid is ongegrond verklaard.