ECLI:NL:RBDHA:2023:8618
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 1 mei 2023 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek op 9 mei 2023.
Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is en dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. De rechtbank oordeelde dat zicht op uitzetting geen vereiste is voor deze maatregel, die gericht is op de behandeling van de asielaanvraag bij risico op onttrekking. Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt.
Daarnaast voerde eiser aan dat de maatregel onrechtmatig is vanwege het ontbreken van een schriftelijke motivering voor het voortduren van de bewaring en vanwege medische omstandigheden en mogelijke gevolgen voor zijn huurwoning. De rechtbank stelde dat geen schriftelijke motiveringsplicht bestaat en dat de medische en persoonlijke omstandigheden onvoldoende zijn onderbouwd om het voortduren van de maatregel te weerleggen.
De rechtbank concludeerde ambtshalve dat geen gronden aanwezig zijn om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.