ECLI:NL:RBDHA:2023:8619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
Eisers, van Afghaanse nationaliteit, vroegen via referente een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij haar te verblijven in Nederland. De staatssecretaris wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eisers en referente, waardoor geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank bevestigt dat de situatie in Afghanistan ernstig is, maar stelt dat dit niet leidt tot een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Referente woont sinds 2013 niet meer samen met eisers en heeft een eigen gezin in Nederland. Eisers zijn geworteld in Afghanistan en hebben geen exclusieve zorgbehoefte die alleen door referente kan worden vervuld. Het contact en financiële steun zijn normaal binnen familiebanden.
De belangenafweging van de staatssecretaris wordt als redelijk beoordeeld. Het algemene belang van de Nederlandse overheid weegt zwaarder dan het persoonlijke belang van eisers. Het negatieve reisadvies voor Afghanistan geldt niet automatisch voor Afghaanse ingezetenen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat eisers niet in andere landen kunnen verblijven of elkaar daar kunnen ontmoeten.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris de omstandigheden voldoende samenhangend heeft beoordeeld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.