ECLI:NL:RVS:2020:758
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing machtiging voorlopig verblijf op grond van gezinsleven
De zaak betreft een Syrische vrouw die een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aanvraagt om bij haar dochter te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat volgens hem geen sprake was van een gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, mede vanwege het jongvolwassenenbeleid en het ontbreken van meer dan normale emotionele banden.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd en geoordeeld dat er wel sprake was van gezinsleven. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank omdat deze ten onrechte oordeelde dat de dochter nog feitelijk tot het gezin behoorde, terwijl zij zelfstandig in haar levensonderhoud voorzag en een relatie was aangegaan.
De Raad van State beoordeelt vervolgens de overige beroepsgronden van de moeder en oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat er geen meer dan normale emotionele banden zijn en dat de Gezinsherenigingsrichtlijn niet verder reikt dan artikel 8 EVRM Pro. Het beroep van de moeder wordt ongegrond verklaard. Het besluit van 17 juli 2019 wordt vernietigd, waarmee de zaak teruggaat naar de staatssecretaris voor heroverweging.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond, en het besluit van 17 juli 2019 vernietigd.