ECLI:NL:RBDHA:2023:8629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod aan Algerijnse asielzoeker
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland vanwege medische klachten en slechte leefomstandigheden in Algerije. De staatssecretaris wees zijn aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op. Eiser stelde dat terugkeer tot ernstige schade zou leiden en dat het inreisverbod onevenredig was.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had aangetoond en dat zijn medische klachten onvoldoende waren onderbouwd om een verblijfsvergunning te rechtvaardigen. Het ontbreken van adequate medische zorg in Algerije werd niet aannemelijk gemaakt en vormt geen grond voor subsidiaire bescherming. Ook het verzoek om uitstel van vertrek of afzien van het inreisverbod werd afgewezen.
De rechtbank vond de omstandigheden van eiser niet schrijnend genoeg voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees tevens het beroep op het arrest Savran af omdat de situatie van eiser niet vergelijkbaar was. Het opgelegde inreisverbod werd als proportioneel beoordeeld gezien de beperkte duur en het ontbreken van bijzondere banden met de EU.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.