ECLI:NL:RVS:2017:1733
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende medische gronden
De staatssecretaris heeft op 28 maart 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het arrest Paposhvili van het EHRM niet had betrokken bij de beoordeling van zijn medische situatie en het risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Afghanistan.
De Raad van State oordeelde dat uit vaste rechtspraak van het EHRM volgt dat uitzetting wegens medische omstandigheden onder uitzonderlijke omstandigheden kan leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro, maar dat dit niet automatisch leidt tot verlening van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw Pro 2000. De wet maakt sinds 2014 geen onderscheid meer tussen nationale en internationale bescherming, waardoor verlening op medische gronden niet mogelijk is binnen de asielprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij ernstig ziek was of onder behandeling stond, zodat geen aanleiding bestond het arrest Paposhvili te betrekken. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbeterde motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.