ECLI:NL:RBDHA:2023:865
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen wijziging AOW-uitkering naar norm ongehuwde
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarbij de AOW-uitkeringen van de ouders van eiser werden gewijzigd naar de norm voor een ongehuwde met ingang van maart 2020. De ouders hadden verzocht om terugwerkende kracht van de wijziging naar respectievelijk april 2015 en november 2019, maar de Svb handhaafde de besluiten met de reden dat wijziging niet eerder kan ingaan dan een jaar vóór de aanvraagdatum, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
Eiser voerde aan dat zijn ouders recht hadden op een eerdere wijziging omdat de Svb al in 2015 op de hoogte was van de opname van zijn vader in een verpleeghuis en dat er telefonisch contact was geweest over de wijziging. De rechtbank oordeelde echter dat de aanvraag pas in 2021 werd ingediend en dat het niet tijdig indienen van het aanvraagformulier aan eiser toe te rekenen is. Tevens is volgens de rechtbank geen sprake van een bijzonder geval omdat de ouders bewust hadden moeten kiezen voor de wijziging en de Svb niet automatisch wijzigingen doorvoert.
De rechtbank concludeerde dat de wijziging terecht per maart 2020 is ingegaan en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van de AOW-uitkering naar de norm voor een ongehuwde is ongegrond verklaard.