ECLI:NL:RBDHA:2023:8752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalische eiser wegens ontbreken gegrond risico op ernstige schade
Eiser, een Somalische nationaliteit, diende op 10 november 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij als kind was ontvoerd door een terroristische organisatie, maar hieruit was ontsnapt. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat er geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade bij terugkeer was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een medisch advies geen onzorgvuldigheid opleverde, aangezien eiser geen toestemming gaf voor medisch onderzoek en er geen aanwijzingen waren dat hij niet in staat was zijn verhaal te doen. De rechtbank vond het asielrelaas geloofwaardig maar onvoldoende onderbouwd voor de gevraagde bescherming.
De rechtbank stelde vast dat de problemen van eiser niet voortkomen uit vervolgingsgronden zoals ras, godsdienst of politieke overtuiging, maar uit de algemene veiligheidssituatie in Somalië. Ook werd geen 15c-situatie aangenomen, omdat het geweld niet willekeurig genoeg is om een reëel risico voor iedereen in het gebied te rechtvaardigen.
Verder faalde het beroep op artikel 8 EVRM Pro omdat eiser onvoldoende concrete omstandigheden aanvoerde. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig had genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.