Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseresV-nummer: [nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beroepsgronden
Rechtbank Den Haag
Eiseres, Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid bij haar echtgenoot, die sinds 2001 in Nederland verblijft met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De aanvraag werd afgewezen omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste, aangezien zijn inkomsten onvoldoende en niet duurzaam waren.
De referent beschikte aanvankelijk over een Ziektewetuitkering en later een WIA-uitkering, beide onder de toepasselijke inkomensnorm. Hoewel hij sinds januari 2023 een arbeidsovereenkomst in beschut werk heeft met een inkomen net onder de norm, is dit inkomen niet duurzaam genoeg volgens de wettelijke criteria. Tevens is gebleken dat hij een beroep deed op publieke middelen via een toeslag.
De rechtbank oordeelde dat de individuele omstandigheden onvoldoende rechtvaardigen om af te wijken van het middelenvereiste. Daarnaast viel de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro uit in het nadeel van eiseres, omdat onvoldoende is aangetoond waarom het gezinsleven niet in Marokko kan worden voortgezet.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de aanvraag voor een mvv terecht is afgewezen en eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf.