ECLI:NL:RBDHA:2023:88
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangsom bij niet-tijdig beslissen asielaanvragen gegrond verklaard
Opposanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen en tegen de vastgestelde hoogte van de bestuurlijke dwangsommen. De rechtbank heeft deze beroepen eerder gegrond verklaard, maar opposanten deden verzet tegen de vaststelling van de dwangsommen. De rechtbank beoordeelt in dit verzet uitsluitend of de vereenvoudigde behandeling van de beroepen terecht was.
Opposanten voerden aan dat de rechtbank ten onrechte aannam dat overmacht bestond vanaf 16 maart 2020, terwijl volgens hen telehoren al in april 2020 begon. De rechtbank stelt vast dat overmacht bestond van 16 maart tot 16 mei 2020, waardoor de dwangsomverplichting tijdelijk werd opgeschort. Hierdoor verbeurde de staatssecretaris slechts voor de periode van 27 februari tot 16 maart 2020 dwangsommen.
De rechtbank concludeert dat de maximale dwangsom van €1.442 verschuldigd is en verklaart het verzet gegrond. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris in de proceskosten van €418,50. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet gegrond en stelt dat de staatssecretaris een maximale dwangsom van €1.442 verschuldigd is.