ECLI:NL:RBDHA:2023:8832

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
20 juni 2023
Zaaknummer
NL22.22773
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 VwArt. 43 Vw
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag Oekraïense vreemdeling

Eiseres, een Oekraïense vreemdeling, diende op 24 februari 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde zij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 20 oktober 2022 in gebreke en stelde vervolgens op 8 november 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.

De rechtbank overwoog dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de beslistermijn zes maanden bedraagt, maar dat deze termijn is verlengd door een besluit- en vertrekmoratorium voor Oekraïense vreemdelingen en door de toepassing van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55/EG). Hierdoor is de beslistermijn opgeschort tot ten minste 4 september 2024.

De ingebrekestelling van eiseres was daarom prematuur en niet geldig. Zonder geldige ingebrekestelling kan geen beroep wegens niet tijdig beslissen worden ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep dan ook niet-ontvankelijk en wees proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.22773

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,

geboren op [geboortedatum] ,
van Oekraïense nationaliteit
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A.M.I. Eleveld),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: C. van der Meijs).

Procesverloop

Eiseres heeft op 24 februari 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Bij brief van 20 oktober 2022 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Eiseres heeft vervolgens op 8 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder heeft op 22 november 2022 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet verweerder binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
5. Op grond van artikel 43a, eerste lid, van de Vw, wordt in afwijking van artikel 42, eerste lid, het besluit op de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ten aanzien van vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten, uiterlijk zes maanden na afloop van de tijdelijke bescherming gegeven.
6. Met ingang van 4 maart 2022 heeft verweerder ten aanzien van vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne besloten tot het instellen van een besluit- en vertrekmoratorium als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Vw. In artikel 1 van Pro dit besluit is bepaald dat het besluit- en vertrekmoratorium wordt ingesteld met de ingang van de dag van inwerkingtreding van het besluit en voor de duur van zes maanden. Op grond van artikel 2 van Pro dit besluit is de beslistermijn verlengd met een jaar voor vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne, die een aanvraag indienen of hebben ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
7. In het verweerschrift heeft verweerder gewezen op deze opschorting van de beslistermijn en heeft daarbij aangegeven dat eiseres onder de reikwijdte van dit moratorium valt. Eiseres heeft niet gesteld dat het besluit- en vertrekmoratorium niet op haar van toepassing is en dat is ook niet gebleken.
8. Daarnaast heeft verweerder in het verweerschrift aangegeven dat eiseres onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne 2001/55/EG (de Richtlijn) valt. De rechtbank deelt dit standpunt. Aangaande de afwijkende beslistermijn als gevolg van deze tijdelijke bescherming is artikel 17 van Pro de Richtlijn van belang. De uitwerking hiervan staat in artikel 43a van de Vw, zoals onder rechtsoverweging 5 is vermeld.
9. Op dit moment is de werkingsduur van de Richtlijn verlengd tot in ieder geval 4 maart 2024. De beslistermijn van alle vreemdelingen, zoals eiseres, die onder deze Richtlijn vallen, is daarmee opgeschort tot in ieder geval 4 september 2024. De ingebrekestelling is door eiser ingediend op 20 oktober 2022. Op dat moment was de wettelijke beslistermijn dus nog niet verstreken. De ingebrekestelling van eiser is daarmee prematuur ingediend en is niet geldig. Zonder geldige ingebrekestelling kan geen beroep wegens niet tijdig beslissen worden ingediend.
10. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
11. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.