ECLI:NL:RBDHA:2023:8998
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling en schadevergoeding
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 3 maart 2023 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de rechtmatigheid van de maatregel reeds eerder beoordeeld en concludeerde dat deze tot het sluiten van het onderzoek op 4 mei 2023 rechtmatig was.
De kern van het geschil betrof de vraag of de voortzetting van de bewaring na de zesmaandentermijn onrechtmatig was geworden omdat verweerder geen nieuwe verzwaarde belangenafweging had gemaakt. Eiser stelde dat na zes maanden de belangenafweging zwaarder moest wegen en dat verweerder dit niet had gedaan. Verweerder stelde dat de eerdere belangenafweging toereikend bleef en dat voortvarend was gehandeld om uitzetting mogelijk te maken.
De rechtbank stelde vast dat verweerder sinds het sluiten van het onderzoek voortvarend had gehandeld, met onder meer vertrekgesprekken, navraag bij consulaten, en het verkrijgen van een laissez passer. De maatregel werd op 14 juni 2023 opgeheven en eiser werd op 13 juni 2023 uitgezet. De rechtbank vond dat er voldoende zicht op uitzetting was en dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig was. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.