ECLI:NL:RVS:2019:292
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: onrechtmatigheid wegens ontbreken verzwaarde belangenafweging na zes maanden
De vreemdeling is sinds 31 maart 2018 ononderbroken in vreemdelingenbewaring gesteld, waarbij de grondslag van de inbewaringstelling meerdere keren is gewijzigd. Op 14 september 2018 is de vreemdeling opnieuw in bewaring gesteld en op 4 oktober 2018 is de maatregel opgeheven waarna hij is uitgezet naar Egypte.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de voortzetting van de bewaring ongegrond, maar de Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris op 27 september 2018, na zes maanden aaneengesloten bewaring, verplicht was een verzwaarde belangenafweging te maken. Deze afweging heeft niet plaatsgevonden, waardoor de voortzetting van de bewaring vanaf die datum onrechtmatig was.
De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond. Omdat de bewaring inmiddels is opgeheven, wordt geen bevel tot onmiddellijke vrijlating gegeven. Wel wordt een vergoeding toegekend voor de periode van 27 september tot 4 oktober 2018 en worden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard wegens het ontbreken van een verzwaarde belangenafweging na zes maanden vreemdelingenbewaring.