ECLI:NL:RBDHA:2023:9040
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somaliër wegens onvoldoende bewijs van vervolging door Al Shabaab
Eiser, een Somalische asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel vanwege vermeende problemen met Al Shabaab en discriminatie vanwege zijn stamafkomst. Hij stelde dat hij vrouwenkleding en legeruniformen maakte, wat leidde tot aanvallen en een injectie met gif door Al Shabaab. Daarnaast voerde hij discriminatie aan vanwege zijn Banaadir stam.
De staatssecretaris wees het verzoek af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over de medische documenten, de aanslagen en de injectie wisselend en onvoldoende onderbouwd waren. Ook was niet aannemelijk dat Al Shabaab hem actief zocht of dat de discriminatie ernstig genoeg was om vluchtelingenstatus te rechtvaardigen.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden van eiser, waaronder zijn kritiek op het medisch advies, het ontbreken van politie- en medische documenten, en de tijdsverloop tussen de aanslagen en zijn vertrek. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de aanvraag terecht was afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vervolging.