Verweerder heeft op 21 november 2022 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser en deze op 19 mei 2023 verlengd met maximaal twaalf maanden. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren en de verlenging van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat er voldoende zicht is op uitzetting naar Marokko, mede omdat de nationaliteit van eiser door Marokkaanse autoriteiten is bevestigd en de lp-aanvraag nog actief is. De patstelling ontstaat doordat eiser weigert te verschijnen bij presentaties, wat voor zijn eigen rekening en risico komt. De rechtbank vindt dat verweerder terecht geen lichter middel toepast gezien de weigering tot medewerking.
Verder is verweerder voortvarend in het nemen van stappen voor uitzetting, met meerdere vertrekgesprekken en rappelleringen. De belangenafweging weegt het belang van voortzetting van bewaring zwaarder dan het belang van eiser bij vrijlating. De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen onrechtmatigheid in de voortzetting van de maatregel.