ECLI:NL:RBDHA:2023:9071
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublinprocedure asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, is een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.