ECLI:NL:RBDHA:2023:9106
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet kon gelden vanwege discriminatie en slechte behandeling aldaar, en dat er sprake zou zijn van indirect refoulement vanwege verschillen in beschermingsbeleid ten aanzien van Jemenieten. Hij verwees onder meer naar artikelen over racistische aanvallen en cijfers over afwijzingen van Jemenitische asielzoekers in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Duitsland een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling of dat het beschermingsbeleid in Duitsland evident en fundamenteel verschilt van dat in Nederland. De aangevoerde stukken en cijfers boden geen concreet bewijs dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat de rechterlijke bescherming in Duitsland onvoldoende is. De staatssecretaris heeft de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.