ECLI:NL:RBDHA:2023:9149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Iraanse vluchteling wegens ongeloofwaardigheid bekering en LHBTI-gerichtheid
Eiser, een Iraanse nationaliteit, verzocht asiel op grond van afvalligheid van de islam, bekering tot het christendom en zijn LHBTI-gerichtheid. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de bekering en de seksuele gerichtheid. De rechtbank bevestigt deze afwijzing na beoordeling van het asielrelaas en het gevoerde beroep.
De rechtbank oordeelt dat het gehoor via videoverbinding zorgvuldig is verlopen en dat de staatssecretaris voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. De bekering wordt niet geloofwaardig geacht vanwege tegenstrijdigheden, oppervlakkige verklaringen en gebrek aan onderbouwing over de motieven en uitingen van het geloof.
Ook de seksuele gerichtheid wordt als ongeloofwaardig beoordeeld, mede vanwege het late tijdstip van openbaring in Nederland, oppervlakkige verklaringen over gevoelens en relaties, en het ontbreken van concrete problemen in Iran. Daarnaast acht de rechtbank het risico op onmenselijke behandeling wegens afvalligheid of dienstplichtontduiking niet aannemelijk.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van bekering en LHBTI-gerichtheid.