ECLI:NL:RBDHA:2023:9181
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag beoordeeld. De staatssecretaris stelde dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening en heeft daarom de aanvraag buiten behandeling gelaten.
Eiser voerde aan dat Duitsland Tunesië als veilig land beschouwt en dat hij in Duitsland onvoldoende rechtsbijstand en tolkdiensten krijgt, wat volgens hem leidt tot een reëel risico op indirect refoulement en schending van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete onderbouwing heeft geleverd om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank overwoog dat het aan eiser is om objectieve informatie te leveren waaruit blijkt dat het Duitse asielbeleid fundamenteel afwijkt en dat hij een reëel risico loopt op indirect refoulement. Dit is niet aannemelijk gemaakt. Ook is Duitsland gebonden aan het claimakkoord om de aanvraag volgens wet- en regelgeving te behandelen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de staatssecretaris. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en griffier V. Vegter.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.