ECLI:NL:RBDHA:2023:9273
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiser diende op 17 mei 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in. De staatssecretaris moest volgens artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een groot aantal aanvragen. Met de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 werd de beslistermijn voor lopende aanvragen met negen maanden verlengd.
Eiser stelde de staatssecretaris op 29 november 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 23 december 2022 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is en dat de termijn voor eiser eindigt op 17 augustus 2023. De ingebrekestelling van 29 november 2022 was daarmee prematuur.
Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.