ECLI:NL:RBDHA:2023:9344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen beslissing over oplegging beslistermijn in vreemdelingenzaak ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag heeft op 19 april 2023 een uitspraak gedaan waarin het beroep van opposante kennelijk gegrond werd verklaard en verweerder werd opgedragen binnen twintig weken een besluit te nemen op haar aanvraag. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
Opposante heeft hiertegen verzet aangetekend omdat zij van mening was dat eerst nader onderzoek naar de stand van zaken had moeten plaatsvinden voordat een termijn van twintig weken werd opgelegd. Zij stelde dat de oplegging in strijd was met de Gezinsherenigingsrichtlijn en het doel daarvan ondermijnde.
De rechtbank oordeelde dat het verzet zich alleen richt op de vraag of de vereenvoudigde behandeling zonder zitting terecht was toegepast. Argumenten die ook in een normale behandeling hadden kunnen worden aangevoerd, leiden niet tot twijfel over de uitkomst. De rechtbank stelde vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag had bevestigd maar nog niet met de behandeling was begonnen, en dat de oplegging van de termijn van twintig weken daarom terecht was.
De rechtbank verwierp het verzet en handhaafde de eerdere uitspraak, waarbij geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de oplegging van de beslistermijn van twintig weken is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.