ECLI:NL:RBDHA:2023:9516
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsdocument EU/EER voor vader op grond van onvoldoende zorg- en opvoedtaken en afhankelijkheid
Eiser, een Marokkaanse vader, verzocht om afgifte van een EU/EER-verblijfsdocument om bij zijn minderjarige Nederlandse zoon te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aantoonde dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht en dat er een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat zijn zoon de EU zou moeten verlaten indien het verblijfsdocument wordt geweigerd.
Eiser voerde aan dat hij wel degelijk zorg- en opvoedtaken verricht en dat deze niet cumulatief met afhankelijkheid beoordeeld moeten worden. Hij overlegde diverse verklaringen van derden en stelde dat het belang van het kind, waaronder de zorg voor ADHD, een verblijfsrecht rechtvaardigt. Verweerder handhaafde het standpunt dat de zorg- en opvoedtaken marginaal zijn en dat onvoldoende afhankelijkheid is aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat de voorwaarden uit het arrest Chavez-Vilchez cumulatief gelden en dat de zorg- en opvoedtaken weliswaar meewegen, maar ook afzonderlijk beoordeeld moeten worden. De overgelegde bewijsstukken tonen slechts contactmomenten aan en onvoldoende daadwerkelijke zorg. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de zoon gedwongen zou zijn de EU te verlaten zonder het verblijfsrecht van eiser. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een EU-verblijfsdocument wordt afgewezen.