ECLI:NL:RBDHA:2023:9517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag vanwege verantwoordelijkheid Frankrijk volgens Dublinverordening
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 9 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland weigerde deze in behandeling te nemen omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Frankrijk had eerder een asielaanvraag van eiser ontvangen en het terugnameverzoek van Nederland geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet opgaat vanwege problemen in Frankrijk, waaronder slechte toegang tot de asielprocedure, onvoldoende tolken, structurele opvangproblemen en het risico van indirect refoulement naar Pakistan. Hij verwees naar rapporten, nieuwsberichten en een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in Frankrijk zodanig ernstig is dat het vertrouwensbeginsel niet geldt. De aangevoerde bronnen tonen wel problemen, maar deze zijn niet structureel en ernstig genoeg om een reëel risico op schending van mensenrechten te rechtvaardigen. Frankrijk heeft bovendien garanties gegeven dat de asielprocedure correct wordt gevolgd.
De rechtbank concludeerde dat Nederland terecht de verantwoordelijkheid bij Frankrijk heeft gelegd en dat er geen reden is om de asielaanvraag zelf in behandeling te nemen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van Nederland om de asielaanvraag in behandeling te nemen is ongegrond verklaard omdat Frankrijk verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.