ECLI:NL:RBDHA:2023:9604
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Nederlands paspoort wegens verlies Nederlanderschap na langdurig verblijf in het buitenland
Eiseres, geboren in Nederland en sinds 2000 woonachtig in Zwitserland, verloor haar Nederlanderschap van rechtswege in 2019 op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), omdat zij gedurende tien jaar onafgebroken in het buitenland verbleef en naast de Nederlandse ook de Zwitserse nationaliteit bezat. Verweerder, de minister van Buitenlandse Zaken, stelde de aanvraag van een Nederlands paspoort buiten behandeling en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Eiseres voerde aan dat zij niet persoonlijk was geïnformeerd over de wetswijziging, dat het verlies van het Nederlanderschap in strijd zou zijn met de Grondwet, het Europees Verdrag inzake de Nationaliteit (EVN), het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de EU, en dat de evenredigheidstoets onvoldoende was toegepast. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht verwachten dat Nederlanders in het buitenland zich zelf informeren, dat toetsing aan de Grondwet niet mogelijk is vanwege het toetsingsverbod, en dat het verlies van het Nederlanderschap niet willekeurig is in de zin van het EVN.
Het arrest Tjebbes bevestigt dat het Unierecht niet in de weg staat aan het van rechtswege verlies van nationaliteit, mits een evenredigheidstoets wordt toegepast, wat hier is gebeurd. De rechtbank vond dat de gezondheidsomstandigheden van de jongste dochter en de familieomstandigheden onvoldoende grond vormden om het verlies als onevenredig te beschouwen. De aanvraag van het paspoort werd daarom terecht niet in behandeling genomen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag van het Nederlands paspoort terecht niet in behandeling genomen wegens verlies van de Nederlandse nationaliteit.