ECLI:NL:RVS:2023:1938
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap en ongewenstverklaring wegens aansluiting bij terroristische organisatie
Appellant, geboren in Marokko en sinds 2004 Nederlander, kreeg op 4 mei 2020 het Nederlanderschap ingetrokken en werd ongewenst verklaard wegens aansluiting bij een terroristische organisatie en bedreiging van de nationale veiligheid. Dit besluit was gebaseerd op een individueel ambtsbericht van de AIVD.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat appellant in eerste aanleg onvoldoende gelegenheid had gekregen om gehoord te worden, wat een schending van het recht op hoor en wederhoor betekende. Desondanks kon de zaak zonder terugwijzing worden afgedaan omdat appellant in hoger beroep voldoende gelegenheid had gekregen zijn zaak toe te lichten.
De Afdeling toetste het individueel ambtsbericht en concludeerde dat de staatssecretaris terecht het Nederlanderschap introk op grond van aansluiting bij een terroristische organisatie, ondanks de vrijspraak van appellant in de strafrechtelijke procedure. De bestuursrechtelijke bewijsstandaard wijkt af van die in het strafrecht. Ook het beroep op discriminatie, het evenredigheidsbeginsel en het EVRM werd verworpen. De ongewenstverklaring werd eveneens bevestigd, waarbij het belang van nationale veiligheid zwaarder woog dan het privé- en gezinsleven van appellant.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap en de ongewenstverklaring van appellant worden bevestigd.