ECLI:NL:RBDHA:2023:9614
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Nederlands paspoort wegens verlies Nederlanderschap na langdurig verblijf in buitenland
Eiseres, geboren in 2006 in Lausanne, verkreeg bij geboorte het Nederlanderschap via haar moeder en de Zwitserse nationaliteit via haar vader. Na langdurig verblijf in Zwitserland verloor haar moeder het Nederlanderschap van rechtswege in 2019, waardoor ook eiseres het Nederlanderschap verloor. Verweerder stelde de paspoortaanvraag van 2021 buiten behandeling.
Eiseres voerde aan dat het verlies van het Nederlanderschap in strijd is met de Grondwet, het Europees Verdrag inzake Nationaliteit (EVN), het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en het Unierecht, onder meer vanwege onvoldoende persoonlijke informatievoorziening en een onredelijke bewijslast. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht niet persoonlijk hoefde te informeren en dat het verlies van het Nederlanderschap niet willekeurig is volgens het EVN.
De rechtbank verwees naar het arrest Tjebbes van het Europese Hof van Justitie, waarin is bevestigd dat het Unierecht het van rechtswege verlies van nationaliteit niet in de weg staat, mits een evenredigheidstoets wordt toegepast. Deze toets is in deze zaak adequaat uitgevoerd, waarbij geen sprake is van disproportionele gevolgen voor eiseres, ondanks haar sportieve carrière.
Ook het beroep op artikel 8 IVRK Pro faalt omdat geen onrechtmatige inmenging is vastgesteld. De rechtbank concludeert dat het besluit van verweerder juist is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit om de paspoortaanvraag niet in behandeling te nemen wegens verlies van het Nederlanderschap.