ECLI:NL:RBDHA:2023:9616
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toeslagpartnerschap en terugvordering zorgtoeslag en kindgebonden budget na scheiding
Eiseres en haar ex-partner zijn gescheiden maar staan ingeschreven op hetzelfde woonadres en hebben samen twee kinderen. Verweerder heeft de ex-partner vanaf 1 april 2021 als toeslagpartner aangemerkt, waardoor diens inkomen meetelt bij de toeslagen van eiseres. Dit leidde tot terugvordering van te veel ontvangen zorgtoeslag.
Eiseres betwist het toeslagpartnerschap omdat zij en haar ex-partner gescheiden leven, geen contact meer hebben, gescheiden woonruimtes bezetten en geen financiële relatie meer onderhouden. Zij beroept zich op uitzonderingen in de Awir en het evenredigheidsbeginsel, en verzoekt toepassing van de hardheidsclausule.
De rechtbank stelt vast dat de wet dwingend voorschrijft dat zij toeslagpartners zijn omdat zij op hetzelfde adres staan ingeschreven en samen kinderen hebben. De feitelijke woon- en financiële situatie doet hier niet aan af. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en de hardheidsclausule wordt verworpen, omdat de wet en het beleid van verweerder dit niet toestaan en er geen bijzondere omstandigheden zijn.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen de definitieve berekeningen van 30 januari 2023 ongegrond. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de definitieve berekeningen ongegrond; verweerder moet proceskosten en griffierecht vergoeden.