ECLI:NL:RBDHA:2023:9619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit, inreisverbod en maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Liberiaanse vreemdeling, betwistte een aanvullend terugkeerbesluit, een inreisverbod van twee jaar en een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij voerde onder meer aan dat het oorspronkelijke terugkeerbesluit van 2018 niet geldig was vanwege het ontbreken van een land van terugkeer, dat het inreisverbod onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat hij onrechtmatig was staande gehouden.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke terugkeerbesluit wel voldeed aan de vereisten en dat Liberia als land van terugkeer duidelijk was. Het aanvullend terugkeerbesluit bracht geen nieuwe rechtsgevolgen, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk was. Het inreisverbod was terecht opgelegd, mede omdat eiser niet was vertrokken ondanks de opgelegde vertrektermijn.
De stelling dat eiser onrechtmatig was staande gehouden wegens vermeende discriminatie werd verworpen, omdat het vasthouden van een telefoon tijdens het fietsen een geldige reden voor staandehouding vormde. De maatregel van bewaring was gegrond op meerdere zware gronden, waaronder het niet naleven van de vertrekplicht en het niet meewerken aan het vaststellen van identiteit.
De rechtbank vond geen onrechtmatigheid in de maatregel van bewaring en wees het verzoek om schadevergoeding af. Ook was er geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De beroepen tegen het inreisverbod en de maatregel van bewaring werden ongegrond verklaard, het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk; de beroepen tegen het inreisverbod en de maatregel van bewaring zijn ongegrond; het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.