ECLI:NL:RBDHA:2023:9696
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank constateerde dat het beroepschrift geen gronden bevatte, terwijl artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, Awb vereist dat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevat. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief verzocht alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro, wat betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier R. de Mul en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.