ECLI:NL:RBDHA:2023:9697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarbesluit
Verzoeker heeft bij besluit van 14 maart 2022 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Hiertegen maakte hij bezwaar, waarna de staatssecretaris op 23 mei 2022 op dit bezwaar heeft beslist. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar reeds is beslist en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is het verzoek niet ontvankelijk. Er kan geen toepassing worden gegeven aan de mogelijkheid om een verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar om te zetten in een verzoek hangende beroep.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar reeds is beslist en er geen beroep is ingesteld.