De rechtbank Den Haag heeft op 4 juli 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De bewaring was opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 en later opgeheven vanwege een vormfout: het niet uitreiken van formulier M122.
De rechtbank oordeelde dat het niet uitreiken van dit formulier de maatregel onrechtmatig maakte. Hoewel de staatssecretaris stelde dat deze vormfout niet tot onrechtmatigheid leidde vanwege een belangenafweging, verwierp de rechtbank dit standpunt. De opheffing van de bewaring vanwege de vormfout impliceert dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €330,- voor twee dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, bestaande uit verblijf in een politiecel en een detentiecentrum. Daarnaast werden proceskosten van €1.674,- aan eiser toegekend. De uitspraak is openbaar en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.