ECLI:NL:RVS:2023:1757
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid bewaring vreemdeling ondanks niet-uitreiken model M122
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 8 maart 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat hoewel de staatssecretaris model M122 niet aan de vreemdeling had uitgereikt, dit gebrek niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring. Het proces-verbaal toonde aan dat de bewaring rechtmatig was omdat de vreemdeling aansluitend op strafrechtelijke detentie werd overgenomen en opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de belangen van de maatregel van bewaring zwaarder wegen dan het formele gebrek. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.511,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bekrachtigd met verbetering van de motivering.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd ondanks het niet-uitreiken van model M122; de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.